Gedrag en onrust
Waarom wil iemand met dementie ‘naar huis’?
Begrijp wat ‘thuis’ kan betekenen en reageer rustig, respectvol en persoonsgericht.
Kort antwoord
Als iemand met dementie zegt ‘naar huis’ te willen, kan diegene behoefte hebben aan veiligheid, vertrouwdheid, verbondenheid of een belangrijk persoon of een vroegere tijd — niet noodzakelijk aan een bepaald adres. Het gevoel erkennen en zoeken naar de behoefte achter de woorden helpt vaak beter dan tegenspreken.
Wat ‘thuis’ kan betekenen
Thuis kan een plaats zijn, maar ook een gevoel. Iemand kan zoeken naar een vertrouwde omgeving, een vroegere rol, een gemist persoon of geruststelling.
- Zich veilig en gerustgesteld voelen
- Een persoon, rol of periode uit het leven terugzoeken
- Reageren op vermoeidheid, honger, pijn, eenzaamheid of toiletbehoefte
Zoek naar de behoefte achter de woorden
Let op wanneer de vraag ontstaat en wat eraan voorafging. Weinig licht, drukte, een veranderde routine, pijn of ziekte kunnen onrust vergroten. Bedenk wat dit moment vertrouwder en veiliger kan maken.
Reageren op het moment zelf
Benader de persoon van voren, gebruik de naam waaraan diegene de voorkeur geeft en praat rustig. Erken eerst het gevoel en bied daarna geruststelling of een vertrouwde activiteit. Wil iemand lopen, loop dan mee als dat veilig kan in plaats van de weg automatisch te blokkeren.
Zinnen die kunnen helpen
- ‘U wilt zich thuis voelen. Wat mist u het meest?’
- ‘U bent veilig bij mij. Laten we samen kijken wat u nodig hebt.’
- ‘Die plek klinkt belangrijk voor u. Vertel er eens over.’
Wat u beter kunt vermijden
- Blijven herhalen dat de persoon al thuis is
- Discussiëren om te bewijzen dat de persoon zich vergist
- De persoon blokkeren, opsluiten of vasthouden, behalve wanneer dit onmiddellijk noodzakelijk, evenredig en toegestaan is binnen het geldende juridische en professionele kader
Gepubliceerd 2026-08-27 · Bijgewerkt 2026-08-27